Doctoral Research

Reasoning about development: Essays on Amartya Sen's Capability Approach
[Download full thesis]

Defence: 27 June 2013 

Supervisors: Jack Vromen and Ingrid Robeyns 


Thesis Summary:

Over the last 30 years the Indian philosopher-economist Amartya Sen has developed an original normative approach to the evaluation of individual and social well-being. The foundational concern of this ‘capability approach’ is the real freedom of individuals to achieve the kind of lives they have reason to value. This freedom is analysed in terms of an individual’s ‘capability’ to achieve combinations of such intrinsically valuable ‘beings and doings’ (‘functionings’) as being sufficiently nourished and freely expressing one’s political views. In this account, ‘development’ is conceived as the expansion of individuals’ capability, and thus as a concept that goes beyond the economic growth of third world countries. 

My thesis is a philosophical examination of Sen’s capability approach. In the first part (chapters 1-3) I present and defend my interpretation of Sen’s work. I examine an influential critique by political philosophers who argue that the incompleteness of his account makes it deficient for theorising about justice, and hence that it cannot support making normative judgements about deprivation and injustice. I argue that the theoretical incompleteness of Sen’s capability approach is a deliberate feature and not a flaw. Sen is primarily concerned with the evaluation of how well people’s lives are going, and the identification of how improvements might be brought about. His project thus has a different aim than debating the right theory of justice, and therefore has different requirements. A theory of justice is a product of the development and testing of a conceptual system in terms of theoretical virtues such as precision, consistency, and coherence. The evaluation of well-being is a more empirical exercise, in the tradition of social science. Its methodological challenge is to grasp a particular complex and multi-faceted case by means of the conceptual resources and information one has available. In particular, the appropriate standards to be used in the evaluation have to be determined as part of the evaluation itself. Formulated as a theory of justice, the range of information that the capability approach could consider in such evaluations would be limited in advance, by for example excluding ‘subjective’ aspects like desires, religious convictions, and happiness from consideration in any circumstances. I analyse Sen’s methodology of evaluation and show that it can support making reasoned judgements about deprivation and injustice, and that Sen’s rejection of the ideal of theoretical completeness is necessary for this.

In the second part of the thesis (chapters 4-6) I turn to the possible applications of the capability approach. Each chapter considers the application of the capability approach to a specific issue: practical reason (4), development (5), and social justice (6). Each chapter is organised around posing and answering a challenge faced by the capability approach. I start the chapters by explaining a significant challenge (respectively, acquiescence to deprivation, paternalism, and the absence of a political philosophy account of justice), and show that the capability approach (sometimes suitably extended but in line with Sen’s methods and concerns) can meet each of these challenges. This exercise identifies and clarifies several of the specific contributions and limitations of the capability approach.


Nederlandse Samenvatting

De afgelopen 30 jaar heeft de Indiase filosoof-econoom Amartya Sen een originele normatieve benadering voor de evaluatie van individueel en sociaal welzijn ontwikkeld. De fundamentele vraag in deze ‘capability approach’ is of individuen daadwerkelijk de vrijheid hebben om de levens te leiden die zij met redenen waarderen. Deze vrijheid wordt geëvalueerd in termen van de reële mogelijkheid (‘capability’) die individuen hebben om combinaties van intrinsiek waardevolle doelen (‘functionings’) te bereiken, zoals het welgevoed-zijn en het vrijuit belijden van politieke overtuigingen. ‘Ontwikkeling’ wordt binnen deze benadering opgevat als een uitbreiding van iemands vermogen en daarmee als een concept dat verder gaat dan economische groei in derdewereldlanden.

Dit proefschrift vormt een filosofische doordenking van Sens capability benadering. In het eerste deel (hoofdstuk 1 t/m 3) presenteer en verdedig ik mijn interpretatie van Sens werk. Ik beoordeel een invloedrijke kritiek van politiek-filosofen die beweren dat zijn benadering vanwege haar onvolledigheid ontoereikend is om te discussiëren over rechtvaardigheid en daarmee geen normatieve oordelen kan vellen over achterstelling en onrecht. Ik verdedig de stelling dat theoretische onvolledigheid een welbewuste eigenschap is van Sens capability benadering en geen tekortkoming. Sen is voornamelijk uit op de evaluatie van de kwaliteit van de levens die mensen leiden en het nagaan van hoe hier verbeteringen in aan te brengen zijn. Zijn project beoogt dus iets anders dan een discussie over de juiste theorie van rechtvaardigheid en stelt daarom andere eisen. Een theorie van rechtvaardigheid is een product van de ontwikkeling en validatie van een conceptueel denksysteem in termen van theoretische waarden als precisie, consistentie en coherentie. De evaluatie van welzijn is een meer empirische aangelegenheid in de traditie van de sociale wetenschappen. De methodologische uitdaging is om een complexe en veelzijdige casus te begrijpen door middel van het conceptuele apparaat en de gegevens die men tot de beschikking heeft. In het bijzonder dient de geschiktheid van de maatstaven die gebruikt worden in de evaluatie van de casus te worden bepaald gedurende het evaluatieproces zelf. Als theorie van rechtvaardigheid zou de capability benadering de reikwijdte van de informatie bij een dergelijke evaluatie al bij voorbaat moeten inperken door bijvoorbeeld ‘subjectieve’ aspecten als persoonlijke verlangens, religieuze overtuigingen and geluk buiten beschouwing te laten. Ik analyseer Sens evaluatiekader en laat zien dat deze de mogelijkheid biedt om beredeneerde uitspraken te doen over achterstelling en onrecht en dat Sens verwerping van het ideaal van theoretische volledigheid hiervoor noodzakelijk is.

In het tweede deel van het proefschrift (hoofdstuk 4 t/m 6) richt ik mij op de mogelijke toepassingen van de capability benadering. Elk hoofdstuk bespreekt de toepassing van de capability benadering op een specifieke kwestie: de praktische rede (hoofdstuk 4), ontwikkeling (hoofdstuk 5) en sociale rechtvaardigheid (hoofdstuk 6). Elk hoofdstuk bestaat verder uit de bespreking en beantwoording van een uitdaging aan het adres van de capability benadering. Ik begin de hoofdstukken met de bespreking van de uitdaging (respectievelijk berusting in de situatie, paternalisme, en het ontbreken van een politieke-filosofie over rechtvaardigheid) en laat vervolgens zien dat de capability benadering (met de nodige aanpassingen, maar nog steeds in lijn met Sen’s benadering en intenties) deze uitdaging het hoofd kan bieden. Deze exercitie identificeert en verheldert eveneens diverse toepassingen en beperkingen van de capability benadering.

Related publications

Sen’s Capability Approach. 2012. Internet Encyclopedia of Philosophy. (Link)

Sen's capability approach as an organising framework for open evaluation. 2012. In The capability approach on social order edited by Niels Weidtmann, Yanti Martina Hölzchen & Bilal Hawa. LIT Verlag, Münster, 26-41.

Taking Sen’s Commitment to Evaluation Seriously. 2011. Maitreyee, 19: pp 6-9. (pdf)

Download the full thesis here



Comments